Page content

NLP en de logische niveaus

Definitie NLP Logische niveaus:

De Logische Niveaus beschrijven altijd de organisatie van “iets”. Dat “iets” is dan de identiteit (die we in de bespreking afkorten met ID). Het kan een individu zijn (de persoonlijke logische niveaus) en het kan een bedrijf zijn, een gezin, een groep mensen. Het schema laat zes verschillende logische niveaus zien, die we als volgt definiëren:

1. Omgeving (ook context genoemd):

Het niveau van omgeving beschrijft de tijd en ruimte waarbinnen alles (inclusief ID) plaatsvindt en waarop je reageert (reactie). Alle levende organismen zijn ruimte- en tijdgebonden. De omgeving beperkt zich tot het beantwoorden van de vragen; Waar, wanneer en met wie? Wat neem ik waar en waar reageer ik op?

2. Gedrag:

Het niveau van gedrag beschrijft de acties (of reacties) die ondernomen worden en geeft een antwoord op de vraag; Wat doet ID? Verbale- en non-verbale communicatie behoren ook tot het niveau van gedrag. Per definitie is al het gedrag zintuiglijk waarneembaar. Datgene wat niet zintuiglijk waarneembaar is, kunnen we niet categoriseren op het niveau van gedrag. Een kenmerkend werkwoord voor dit niveau is: doen.

3. Vaardigheden en Capaciteiten:

Het niveau van vaardigheden en capaciteiten geeft een antwoord op de vraag; Hoe doet ID het gedrag? Het betreft hier dan vooral interne denkprocessen die ons gedrag organiseren en besturen, microstrategieën en een mentale representatie van een reeks gedragingen die naar een outcome (vaardigheid) leiden. Een kenmerkend werkwoord voor dit niveau is: kunnen.

4. Waarden en overtuigingen:

Het niveau van waarden en overtuigingen geeft een antwoord op de vraag; Waarom? Waartoe? (Het betreft hier niet de causale waarom?-vraag). Wat is voor ID van fundamenteel belang? Wat is de waarde die ID hecht aan iets? dit niveau geeft richting en betekenis aan de onderliggende niveaus. Metaforisch gesproken kan men het niveau van waarden en overtuigingen het kompas noemen van onze handelingen. Wanneer we handelen zonder de waarde te kennen, riskeren we het “noorden kwijt te geraken”. Kenmerkende werkwoorden voor dit niveau zijn: behoren/ mogen.

5. Identiteit:

Het niveau van identiteit geeft een antwoord op de vraag; Wie? Of wie ben je? Het betreft dus de vraag van een afgebakende entiteit die het geheel vormt van de logische niveaus die we op dat moment beschrijven. We kunnen filosofisch gesproken alleen maar een “naam” geven aan dit niveau. Op dit niveau zijn de antwoorden niet concreet en specifiek. Er zal op een hoger abstractieniveau en meer metaforisch beantwoord worden. Zodra we eigenschappen en kenmerken van de identiteit beschrijven, zullen we afdalen op lagere niveaus. Een kenmerkend werkwoord voor dit niveau is: zijn.

6. Missie en spiritualiteit:

Het niveau van missie en spiritualiteit geeft een antwoord op de vraag; Waar ben ik een onderdeel van? Wat is het grotere geheel dat mij leidt?Het betreft dus de vraag naar de dieperliggende drijfveren van waaruit iemand zijn leven leidt. Een kernwoord voor dit niveau is: visie

Standaardvragen ten aanzien van Logische Niveaus

Omgevingsniveau (waar en wanneer?)

  • Waar en wanneer bevind ik me?
  • Met wie?
  • Hoe ziet het er daar uit? (VAKOG)

Gedragsniveau (wat)

  • Als ik daar/hier ben, wat doe ik dan?
  • Hoe gedraag ik me?
  • Hoe is mijn houding, stem, beweging, gedachten?

Capaciteitsniveau (hoe?)

  • Welke vaardigheden heb ik (tot mijn beschikking), zodat ik deze acties doe (kan doen)?
  • Welke vaardigheden heb ik nodig om deze acties te (kunnen) doen?

Overtuigingsniveau (waarom?)

  • Welke waarden zijn voor mij belangrijk, als ik met die activiteiten bezig ben?
  • Waarom gebruik ik specifiek die vaardigheid bij die activiteiten?
  • Vanuit welke basisovertuiging handel ik? Wat vind ik belangrijk?
  • Wat geloof ik nu over…(mensen, dingen, de wereld, enz.)?

Identiteitsniveau (wie?)

  • Wie ben ik?
  • Wat is mijn wezen?

Spiritualiteitniveau (Wie/wat nog meer en van waaruit?)*

  • Wat is mijn missie?
  • Welke droom draag ik uit?
  • Wat is mijn uiteindelijk doel/streven?
  • Waar toe dient dit alles?

Hogere Logische Niveaus beschikken over andere informatie en werkingen dan lagere niveaus (het discontinuïteitprincipe) en kunnen onderliggende niveaus besturen (het hiërarchisch principe). Deze beide principes samen creëren het derde principe: dat Logische Niveaus met elkaar onderling verbonden zijn door feedback waardoor zelfcorrectie mogelijk wordt. Door nieuwe informatie op een hoger niveau kunnen deze “nieuws” vertellen over lager liggende niveaus, waardoor deze bijgestuurd kunnen worden. Tevens duidt dit principe op het holistische karakter van de Logische Niveaus: alle niveaus hangen samen met de andere niveaus. Dit heeft als consequentie dat een verandering op één logisch niveau veranderingen en bijsturingen op andere logische niveaus impliceert.

Tips bij logische niveaus

Als je op het juiste ogenblik en op een daartoe geschikte plaats, doet wat je kunt en wat je zeer belangrijk voor je is, dan ben je (er). Logische Niveaus hangen met elkaar samen en deze samenhang kan ook van nut zijn om de congruentie van iets te meten. Gedrag en Capaciteiten dienen een uitdrukking te zijn van belangrijke waarden van diegene die het (gedrag) vertoont. Logische Niveaus kunnen als referentiekader dienen om een verhaal goed te staven. Als je op gedrag en capaciteiten iets communiceert, maak je dit veel krachtiger door het te verbinden aan waarden en overtuigingen.

    Comment Section

    0 reacties op “NLP en de logische niveaus

    Plaats een reactie


    *